Freek Lomme

Huid zingt
(een frequentie)

Huid dekt niet af
maar ventileert;
is geen schild
maar membraam.

Nucleus’ tast vloeit:
neemt op en laat los: is centrifugaal;
slaat uit en zuigt op: is concentrisch.

Levensenergie in zichzelf, los van de verdingelijking, vergt een andere kwantificering om bepaald te kunnen worden. Het is de flow van deze energie die vanuit haar gebundelde nucleus om zichzelf tolt en wegspint. Tijs’ werk is geen werk maar een manifestatie van een huid die de frequentie waarop deze energie tot wasdom komt en begint te spinnen manifesteert.

Tijs Rooijakkers vliegt op een frequentie buiten de waan van de dag. De drang naar een werkelijkheid door dingen wordt gepasseerd in een hang in levensenergie. In zijn werk stelt Tijs een balans tussen lichaam en aarde. Als vehikel is zijn werk -noodzakelijkerwijs een artefact- een manifestatie van uitslaande energie, die niet verder gaat dan de stroom die ze voedt.

Tijd wordt bevrijd van de menselijke verdingenlijking in verleden, heden en toekomst., wordt deel in de energiestroom door haar materialisatie. Doel en middel worden ontdaan van haar object en verdampen in dat ene subject: die kracht. Het is in de spin dat de kwantificering onmogelijk wordt en de energie in zichzelf komt te staan en autonoom wordt. Elke kwalificering is enkel aan deze wetmatigheid onderworpen.

Ik weet het: mijn beschrijving van deze frequentie klinkt vaag…Het is echter in het gesprek met Tijs dat ik me bewust werd van deze frequentie. Ik poog die frequentie te beschrijven; het is een voor mij vreemde wereld die ik benader en het mij gegeven analytisch, speculatief en verbeeldend vermogen. Dat een pseudo poëtisch gedicht hier een inleiding in wil maken is een deugd die naar ik hoop helpt de parameters van de frequentie te postuleren en haar condities neer te zetten. Ik zeg dit alles omdat ik zo hoop dat u een zelfde verwondering over Tijs’ wereld kunt vinden als ik, en hier wellicht herkenning, ontkenning, afschuw of irritatie of voeding in vind.

Deze wereld is concreet. Zo vertelde Tijs me bijvoorbeeld dat je een goed boek misschien beter niet uit kunt lezen, dat je wel op reis kan gaan maar niet aan hoeft te komen: allerlei vreemde maar prikkelende ideeën. Zo’n uitstel van vervulling kan echter niet zonder een actie. Omdat elke actie een vervolg is, is de vervulling, de eureka, altijd onbereikbaar.
In feite komt het er op aan dat je het verlangen niet tot vervulling hoeft te brengen in de invulling die je aan de omgeving geeft. Dit betekend dat je de energie kan vasthouden tijdens het bepalen van je plek en de schoonheid hierin kan consolideren. Die schoonheid en dat verlangen is ruim in al dat wat ze passeert en overtreft: terwijl ze spint raakt ze aan liefde die onder haar huid kruipen en die haar spin versterkt, aan levenswijsheden in haar huid gaan zitten en haar spin verruimen, aan contexten die de spin voeden. 
-
Hier werkt een andere natuur : afstemmen is vreemd en verrassend. Het is de wil van het leven die hier een podium krijgt. Deze frequentie is de ondertoon over de volle bandbreedte, pareert het begrip en pareert de taal die vasthoud aan het object. Zo onttrekt ze zich aan besef om zich over te geven aan energie. Zo raakt ze aan de tijd zonder er in op te gaan. In dit ene dat raakt aan alles, is elk contrast neutraal.

 Freek Lomme (2012)